Interview v Bommel

uitgelezen kans voor de vechtsport om
zich te bewijzen als topsport. Zonder Olympische status en een eigen
federatie bivakkeren de jiu-jitsuka’s bij de Nederlandse judobond. ,,Het
zou fantastisch zijn als we ook in Nederland een eigen
organisatiestructuur kunnen neerzetten,’’ zegt regerend wereldkampioen
Barry van Bommel.
Het uithangbord van de Nederlandse jiu-jitsuka’s behaalde op het WK van
2004 in Madrid twee gouden medailles. De goede prestaties van de
Nederlandse beoefenaars op internationale toernooien roepen in het
buitenland vraagtekens op: een klein land zonder eigen jiu-jitsubond dat
het medailleklassement op de WK voor zich opeist? ,,De groep die in ons
land bezig is met de sport, is fanatiek en ambitieus. Ze maken elkaar
beter en zorgen voor concurrentie,’’ zegt Van Bommel.
De 31-jarige sportman heeft veel respect voor de inzet van de
vrijwilligers van de Judo Bond Nederland, die ogenschijnlijk vanuit het
niets de WK naar het Rotterdamse Topsportcentrum haalden. Toch mist hij
vanuit de bond soms de bevlogenheid voor zijn eigen tak van sport. ,,Het
is doodzonde dat het WK niet op de televisie is te zien. Het argument
van ‘dan is het toch maar voor vijf minuutjes’, vind ik niet relevant.
Ik denk dat ze alle kansen hadden moeten aangrijpen.’’
De sport is, volgens Van Bommel, bij uitstek geschikt voor het grote
publiek. De combinatie van judo, karate en worstelen maakt de sport in
zijn ogen interessant. ,,Sommige judoka’s zeggen dat het een slap
aftreksel is van hun sport. Ik denk dat juist de verschillende elementen
van de vechtsporten elkaar versterken.’’
In Nederland zijn iets meer dan 6000 mensen die een vorm van jiu-jitsu
beoefenen. Ze zijn aangesloten bij de JBN (Judo Bond Nederland), in
tegenstelling tot de karateka’s en taekwondo’s, die hun eigen federatie
hebben.
In Duitsland startte men iets meer dan een decennium geleden met een
eigen jiu-jitsubond. Volgens Van Bommel een groot succes én een
voorbeeld van hoe het in de toekomst ook in Nederland zou moeten. ,,In
sommige Duitse deelstaten is de sport zelfs populairder dan judo. Ze
hebben veel durven te investeren in de beginperiode, maar dat betaalt
zich nu dubbel en dwars uit in de explosieve stijging van de
ledenaantallen.’’
Van Bommel twijfelt niet aan het succes van de WK in eigen land, maar
vreest dat niet alle mogelijkheden om de sport voor het grote publiek
toegankelijk te maken, benut zijn door de judobond. ,,Ze hebben
bijvoorbeeld pas sinds een paar weken officiële aankondigingsposters.
Dat moet je natuurlijk veel eerder doen. Maar de judotoernooien en
-toppers zijn het speerpunt van de bond. Dat moeten de jiu-jitsuka’s
accepteren.’’
Zijn beweringen roepen de vraag op waarom het IOC wel vechtsporten als
judo en taekwondo op het programma heeft staan bij de Zomerspelen, maar
jiu-jitsu niet. ,,Het is een kwestie van geluk. Binnen het IOC zitten
bijvoorbeeld mensen met een judohart zoals Anton Geesink. Jiu-jitsu is
een relatief jonge sport, die zich snel ontwikkelt. In mijn jeugdtijd
was het al geweldig als er twee nationale toernooien in één jaar
waren,’’ aldus Van Bommel.
Het WK betekent voor de inwoner van Nieuwegein het einde van zijn
carrière. Nog één keer wil hij pieken en het liefst één van zijn
wereldtitels prolongeren. Van Bommel is mede-eigenaar van een
sportschool, gevechtssportleraar en bovendien vader met een jong gezin.
Pas in de verdere toekomst ziet hij voor zichzelf een rol weggelegd in
de bestuurlijke ontwikkeling van de sport.
,,Ik ben nu druk bezig met de laatste voorbereidingen op mijn
afscheids-WK en met het trainen van de jeugd. Over een paar jaar wil ik
best een rol spelen in een eigen jiu-jitsu federatie.’’